Bert's brein

geplaatst: 10-2-2014; update 22-4-2014

reageer

hoezo 10 woordsoorten?



Een begin om de methode van de schoolgrammatica expliciet te maken.

inleiding en criteria het werkwoord (het verbum) het zelfstandig naamwoord (het substantief) het lidwoord (het artikel) het voornaamwoord (het pronomen) het bijvoegelijk naamwoord (het adjectief) het telwoord (de numerale) het bijwoord (het adverbium) het voorzetsel (de prepositie) het voegwoord (de conjunctie) het tussenwerpsel (de interjectie)

het zelfstandig naamwoord


  1. substitutie:
  2. M.b.v. substitutie zijn alle zelfstandige naamwoorden + de eigennamen (waaronder o.a. ook geografische aanduidingen) onder te brengen in een woordsoort. Weliswaar gaan eigennamen doorgaans niet vergezeld van een "lidwoord", komen ze niet vaak voor in het meervoud etc. maar de mogelijkheid hebben ze wel:
    Er zitten drie Peters in de klas
    De Peter die ik ken, is een vervelend kereltje
    Ik heb drie Duitslanden in mijn kaart getekend


    De relevante parameters voor zelfstandige naamwoorden zijn:
    -geslacht {de/het - woorden}
    -getal {enkelvoud/meervoud}
    -naamval {wel/geen genitief -s}

    Aparte aandacht zal moeten besteed aan de groep woorden die een kwantiteit aangeeft en altijd voor een ander zelfstandig naamwoord wordt geplaatst, zoals {mud, kilo, liter, baal, kudde, vlucht, ...}. Onderling zijn deze woorden substitueerbaar, al is het resultaat wat ondoorgrondelijk:
    ik heb een {mud/ kilo/ liter/ baal/ kudde/ vlucht} aardappels gekocht.
    echter: niet ieder ander zelfstandig naamwoord kan zonder meer op deze plaats worden gezet. Neem ik mijn willekeurige rijtje {auto, wetenschap, boekhouder, gedachte} en substitueer ik dat in bovenstaande zin:
    ? ik heb een {auto/ wetenschap/ boekhouder/ gedachte} aardappels gekocht.
    dan is onduidelijk of ik hier stuit op een semantisch onbegrijpelijke zin, of op een syntactisch onwelgevormde zin. Ik neig naar het eerste, maar nader onderzoek is vereist. Blijkbaar dwingt de woordvolgorde van "een boekhouder aardappels" ertoe om "boekhouder" als maat van kwantiteit op te vatten, of we daar nu een zinvolle interpretatie aan kunnen geven of niet.
    Iets soortgelijks doet zich voor met een woord als "speelgoed" , dat zich onder normale omstandigheden gedraagt als ieder ander zelfstandig naamwoord, maar als los voorvoegsel ook voor ieder ander znw geplaatst kan worden: een speelgoed olifant, een speelgoed brandweerauto etc.
    Opmerking 1 De infinitieven van onovergankelijke werkwoordenvoldoen ook  aan het substitutiecriterium voor znw; voor werkwoorden met een verplicht object (al dan niet afhankelijk van een voorzetsel) is dit twijfelachtig:
    voedsel is gezond
    nadenken is gezond
    ?kopen is gezond
    ?houden van is gezond
    Vraag is echter of in al deze gevallen de syntactische relaties goed behouden zijn: zijn dit geen beknopte bijzinnen, die de structuur wijzigen? In ieder geval beschikken werkwoorden niet over de boven genoemde parameters voor znw. Ze worden syntactisch altijd gebruikt als 3de persoon enkelvoud.
    W.b. het flexie-criterium: de flexie die andere znw wel kennen ontbreekt hier geheel: geen meervouden, geen genitieven. Ook affingering is niet mogelijk. Omdat een infinitief (gebruikt als znw) aan twee van de drie criteria zeker niet voldoen, kunnen ze niet tot de znw. worden gerekend.

    Opmerking 2: Iets soortgelijks geldt voor zelfstandig gebruikte bijvoegelijke naamwoorden. Ook deze kunnen worden gesubstitueerd op de plaats van een znw:
    voedsel is gezond
    die kleine is gezond
    de kleinere is gezond
    de kleinste is gezond

    Ook hier is het echter de vraag of de syntactische relaties zijn behouden: mogelijk is hier sprake van een soort elliptisch zinsdeel, waarbij het znw is weggevallen en een aantal van zijn eigenschappen (getal, geslacht, naamval) heeft overgedragen aan het bijvoegelijk naamwoord:
    die kleine hond is gezond
    de kleinere hond is gezond
    de kleinste hond is gezond


    Opmerking 3: Het lijkt alsof persoonlijke voornaamwoorden ook znw kunnen substitueren:
    Olifanten zijn leuk
    Zij zijn leuk
    Karel is gisteren niet op komen dagen
    Hij is gisteren niet op komen dagen

    Nader onderzoek leert dat dit niet het geval is: het persoonlijk voornaamwoord zubstitueert de gehele nominale groep (inclusief nominale determinator). De voorbeeldzinnen geven precies de gevallen waarin de nominale groep geen nominale determinator heeft. Vgl:
    De olifanten zijn ontsnapt
    Zij zijn ontsnapt

    Om deze reden voldoet het peroonlijk voornaamwoord niet aan het substitutiecriterium voor het znw.
    Een andere reden is, dat substiutie van de gehele nominale groep mede bepaald wordt door de functie van de nominale groep in de zin:
    Karel is naar de markt gegaan
    Hij is naar de markt gegaan
    Ik heb Karel op de markt gezien
    Ik heb hem op de markt gezien



  3. flexie:
  4. In principe hebben alle znw dezelfde mogelijkheden tot flexie. Naast de flexie voor de parameter {getal} hebben alle znw (in principe) de mogelijkheid tot de vorming van een genitief d.m.v een -s. Het onderscheid mannelijk/onzijdig (genitief -s) en vrouwelijk (genitief -(e)r) lijkt vrijwel verdwenen binnen de de-woorden, en wordt niet of nauwelijks meer actief gebruikt. Ook de eigenamen kennen deze genitief -s. Wat dit betreft vormen de znw een heldere, homogene woordsoort.

  5. affingering:
  6. Verschillende achtervoegsels kunnen (in principe) achter alle znw worden gepraatst. In de eerste plaats het verklein-affix "-tje" (de vormen -pje, -kje -je kunnen worden beschreven op basis van kenmerken van het znw). Dit affix wijzigt (zonodig) het grammaticaal geslacht van het woord naar een het-woord.
    Daarnaast is er een aantal affixen die het znw. veranderen in een bijvoegelijk naamwoord. Te denken valt o.a. aan -loos, -achtig en -vrij. Een eerste vluchtige inspectie leert dat alle znw te voorzien zijn van deze achtervoegsels, met een voorspelbaar resultaat.
    Ook is er een (klein) aantal voorvoegels (bijvoorbeeld rot-, super- tering- ) die voor het znw geplaatst kunnen worden, waarbij de woordsoort niet verandert. Het betreft prefixen die een emotionele waardering uitdrukken van de spreker tegenover het znw. Dit leidt naar woorden als {supermoeder, rotjongen...} Het betreft hier op het eerste gezicht echte prefixen, want er is een verschil tussen een "rot ei" en een "rot-ei". Ook op dit onderdeel vormen de znw. een heldere samenhangende woordsoort.
    Er is ook een uffix dat van zelfstandige naamwoorden bijwoorden kan maken, te weten -waarts. Voorbeelden:
    {huiswaarts, bedwaarts, schoolwaarts .....}
    n
    De beperking hierop lijkt voornamelijk semantisch van aard. Hoewel we het niet vaak horen, lijkt de zin
    Ik ga advocaatwaarts
    in principe goed nederlands. Opvallend aan dit suffix is, dat het ook achter (sommige) voorzetsels geplaatst kan worden: {neerwaarts, opwaarts, voorwaarts, achterwaarts, bovenwaarts, afwaarts, binnenwaarts...}

  7. conclusie
  8. In grote lijnen vormen de zelfstandige naamwoorden (+ de eigennamen) een homogene woordsoort. Substitutie van een znw door een werkwoord of een zelfstandig gebruikt bijv nw is in aangegeven gevallen mogelijk, maar omdat daarbij de andere eigenschappen (flexie en affingering) niet tot de mogelijkheden behoren, is er geen verwarring mogelijk. Bovendien is de vraag of aan het kerncriterium van substitutie (te weten: ongewijzigde grammaticale structuur) in deze gevallen wel is voldaan.

Bert's werk