Bert's brein

geplaatst: 10-2-2014; update 2-2-2016

reageer

hoezo 10 woordsoorten?



Een begin om de methode van de schoolgrammatica expliciet te maken.

inleiding en criteria het werkwoord (het verbum) het zelfstandig naamwoord (het substantief) het lidwoord (het artikel) het voornaamwoord (het pronomen) het bijvoegelijk naamwoord (het adjectief) het telwoord (de numerale) het bijwoord (het adverbium) het voorzetsel (de prepositie) het voegwoord (de conjunctie) het tussenwerpsel (de interjectie)

het voorzetsel


  1. algemeen
  2. Voorzetsels worden algemeen gezien als een gesloten groep: ze zijn opsombaar. Ter referentie verwijs ik naar de wikipediapagina's voor nederlandse voorzetsels, engelse voorzetsels en latijnse voorzetsels. Op deze pagina van de ANS is een lijst van voorzetseluitdrukkingen gegeven
    De term 'voorzetsel' is engiszins misleidend. Het gaat om woorden (of groepen van woorden) die worden geplaatst ten opzichte van een andere groep.
    Vaak is dat een nominale groep:
    in de kamer
    Het kan echter ook een adverbiale groep zijn:
    na vandaag
    of een andere prepositiegroep:
    voor bij het eten
    Zo zijn er ook voorbeelden te geven voor adjectieven, werkwoorden en voor verschillende soorten bijzinnen; Voor meer voorbeelden: zie de ANS, 17.3.
    Plaatsing ten opzichte van een ander woord of een andere woordgroep kan op drie manieren: ervoor, erachter of beide (bekend als resp. prepositie, postpositie en circumpositie).
    Voorzetsels zijn het cement van de taal, en ze komen in allerlei contexten naar voren. Ze maken deel van allerhande uitdrukkingen, ze zijn vast begeleider van verschillende werkwoorden en adjectieven. Ze mogen niet voorkomen als opening van de zinsdelen onderwerp of lijdend voorwerp (al is daar weer een uitzondering op), ze komen veelvuldig voor bij bijwoordelijke bepalingen van tijd en plaats, maar daar zijn ze niet verplicht.
    Naast de individuele voorzetsels, zijn er ook zgn. 'voorzetseluitdrukkingen', die -althans in sommige gevallen- door een specifiek voorzetsel kunnen worden gesubstitueerd.
    Al met al komen voorzetsels in zinnen en zinsdelen op zeer verschillende plaatsen en in zeer verschillende functies voor. Wat opvalt is, dat de duidelijke voorbeelden zich altijd beperken tot een betrekkelijk kleine groep voorzetsels, zoals {na, onder, bij ...}. Zelden of nooit worden voorbeelden gegeven met: {behoudens, hangende, inzake, dankzij....}. Dit maakt deze voorzetsels op voorhand enigszins verdacht.

  3. substitutie:
  4. Gegeven het bovenstaande hoeft het niet te verbazen dat de verschillende items van de lijst Nederlandse voorzetsels elkaar over het algemeen niet kunnen substitueren. Bestudering van de lijst geeft echter aan, dat er nogal een wildgroei heeft plaatsgevonden en de woorden en woordgroepen die gerekend worden tot deze woordsoort. Er lijkt een harde historische kern te zijn van woorden die voornamelijk gebruikt worden als inleidend woord voor een bijwoordelijke bepaling; nagenoeg dezelfde groep woorden wordt regelmatig als prefix gebruikt. Vrijwel dezelfde groep woorden is in gebruik bij werkwoordelijke uitdrukkingen met een vast voorzetsel, waardoor we in het nederlands een 'voorzetselvoorwerp' hebben. Op deze pagina is er een uitgeschreven lijst van de voornaamste uitdrukkingen te vinden.
    De woorden die hier als 'vast voorzetsel' naar voren treden zijn:
    {aan, achter, bij, in, met, naar, om, onder, op, over, tegen, tot, uit, van, voor}
    Vrijwel al deze woorden komen ook voor als prefix bij een werkwoord, zij het dat 'met', 'tot' en 'van' dan verschijnen als 'mee', 'toe' en 'af'.
    De enige uitzondering is 'naar', dat bij mijn weten niet wordt gebruikt als prefix.

    Vergelijken we dit rijtje met de lijst van bv. wikipedia, dan blijken er een paar vrij prominente woorden te ontbreken, die wel allemaal kunnen worden aangetroffen bij tijds- en/of plaatsbepalingen: {binnen, boven, buiten, door, langs, na, naast, rond, sinds, te, tijdens, tussen, zonder}
    De meeste hiervan treden ook op als prefix bij een werkwoord, sommige niet (gecursiveerd).

    Het argument om een aantal woorden zoals {behoudens, hangende, inzake, dankzij....} op te nemen in de lijst van voorzetsels, is juist een substitutie-argument: er is vaak een voorzetsel te vinden dat het betreffende woord kan vervangen met behoud van betekenis en van de grammaticale structuur. Vergelijk:
    Hij vertrok richting de Noordpool
    Hij vertrok naar de Noordpool
    Dit zou volstaan om het woord 'richting' op te vatten als voorzetsel.
    Mij lijkt dit niet correct. Het woord 'richting' heeft alle kenmerken van een zelfstandig naamwoord, en er bestaat de mogelijkheid dat we hier te maken hebben met een elliptische zin:
    Hij vertrok in de richting van de Noordpool.
    Er kan dus ook sprake zijn van een zelfstandig naamwoord dat, t.g.v. elliptisch gebruik, op de posititie van een voorzetsel verschijnt. Dat maakt het woord nog geen voorzetsel. Ook zou er sprake kunnen zijn van een procede als gevolg waarvan zelfstandige naamwoorden op een voorzetsel positie kunnen komen. Dergelijk mechanismen kennen we immers ook om van werkwoorden bijvoegelijke naamwoorden te maken, of om ze te nominaliseren.
    Soortgelijke overwegingen slepen een rol bij vermeende voorzetsels als 'hangende' of 'behoudens': hier zijn nog tegenwoordige deelwoorden te herkennen, wellicht in een versteend en elliptisch gebruik, maar dat maakt nog geen voorzetsels.

    Strikt genomen lijkt het substitutie-argument dus voorzetsels op te leveren die, althans volgens de intuïtie, geen voorzetsel zijn, en die ook op een andere manier geduid kunnen worden. Het zijn woorden met veel beperkter gebruiksmogelijkheden dan de kernvoorzetsels.

    Wat betreft substitutiemogelijkheden lijkt er, gegeven het bovenstaande, sprake van een 'kerngroep' van voorzetsels. Ik voeg eerder gegeven opsommingen samen:
    {aan, achter, bij, binnen, boven, buiten, door, in, langs, met, na, naar, naast, om, onder, op, over, rond, sinds, te, tegen, tegenover, tijdens, tussen, tot, uit, van, voor, zonder}

    Deze kunnen voorkomen in een plaats- of tijdsbepaling:
    Bij "de vogel vliegt X het kooitje", kan X worden ingevuld met:
    {aan, achter, bij, binnen, boven, buiten, door, in, langs, met, na, naar, naast, om, onder, op, over, rond, sinds, te, tegen, tegenover, tijdens, tussen, tot, uit, van (?), voor, zonder}
    De aangegeven voorzetsels {sinds, te, tijdens, tussen} zijn ofwel specifiek voor tijdsbepalingen, ofwel stellen bijzondere eisen: "tussen" eist een meervoud.
    Het voorzetsel "te" blijkt bij nader inzien ook te specifiek betrekking te hebben op geografische plaatsbepalingen (te Groningen), of het lijkt deel uit te maken van versteende uitdrukkingen (ter plekke). "te het kooitje" klinkt op zijn best ongebruikelijk. Het lijkt daarom zinvol om ook dit woord, net als woorden als 'behoudens' en 'gedurende' niet tot de kernvoorzetsels te rekenen.

  5. flexie:
  6. Flexie biedt geen criterium om te bepalen of de voorzetsels een woordsoort vormen, omdat deze woorden niet of nauwelijks flexie kennen. De enige mij bekende uitzondering is, als een voorzetsel gebruikt wordt als adjectief. In dat geval worden uitdrukkingen als 'het affe boek' wel gesignaleerd.
  7. affingering:
  8. De mogelijkheid tot woordvorming is voor veel voorzetsels erg specifiek: in combinatie met {er-, daar-, hier-, waar-} kunnen ze voornaamwoordelijke bijwoorden vormen. Dit blijkt een werkbaar en consistent criterium om de 'echte' voorzetsels te onderscheiden van de 'toegevoegde':
    mogelijk zijn:
      eraan aan
      erachter achter
      erbij bij
      erbinnen binnen
      erboven boven
      erbuiten buiten
      erdoor door
      erin in
      erlangs langs
      ermee met
      erna na
      ernaar naar
      ernaast naast
      erom om
      eronder onder
      erop op
      erover over
    * errond  
    * ersinds  
    * erte  
      ertegen tegen
      ertegenover tegenover
    * ertijdens  
    ertussen tussen
      ertoe tot
      eruit uit
      ervan/eraf van
      ervoor voor
      ervoorbij voorbij
    * erzonder  
         
    consequentie van deze benadering is, dat ook een aantal specifieke constructies van een voor- en achterzetsel tot deze categorie gerekend moeten worden:
    onder [...] door
    → eronderdoor
    andere voorbeelden zijn (niet uitputtend)
    tegen [...] {in, op, aan}
    tussen [...] {door, in}
    voor een opsomming: zie ANS 9.3.4
    opvallend is een element als "heen" (door...heen, over...heen) dat wel zelfstandig voorkomt (erheen) maar nooit als losstaand voor- of achterzetsel voorkomt. Hetzelfde geldt voor "(er)vandaan"

    nb. Volgens de ANS vormen de zgn achterzetsels een welomschreven groep: {af, binnen, door, in, langs, om, op, over, rond, uit, voorbij}
    Met uitzondering van "rond" is dit een subgroep van de voorzetsels gegeven het criterium van affingering.

  9. conclusie
  10. De drie criteria geven geen eenduidig antwoord op de vraag of voorzetsels werkelijk een woordsoort vormen. Substitutie is vaak beperkt mogelijk, flexie is afwezig. Het beste criterium biedt hier de morfologie: de woorden die tot de 'harde kern' behoren, omdat zo ook vaak als prefix voorkomen en omdat ze voorkomen als vast voorzetsel bij een werkwoord (ook weer twee groepen die niet geheel samenvallen), hebben de grove tendens dat er een voornaamwoordelijk bijwoord van gemaakt kan worden. Ook dit is niet zonder problemen, mede omdat dat met sommige andere woorden of woordcombinaties ook kan.
    Toch luidt mijn (voorzichtige) antwoord op de hoofdvraag: "ja", al reserveer ik de term voor een heel beperkte en opsombare groep van 25 woorden. Wel moet daarbij worden opgemerkt dat ze zich alleen als een 'nette' woordsoort gedragen als ze deel uitmaken van een bijwoordelijke bepaling (meestal van tijd of plaats). Voorzetsels worden echter in belangrijke mate idiomatisch gebruikt, als vast voorzetsel bij een werkwoord, of anderszins van een vast uitdrukking (zoals de 'voorzetseluitdrukking' die in zijn geheel weer de functie van voorzetsel kan hebben). Het is bijzonder lastig uit te leggen waar het verschil vandaan komt tussen "ik heb het boek uit" en "ik heb het boek af". Juist dit idiomatische gebruik van voorzetsels maakt het moeilijk deze woorden te beoordelen. Substitutie kan wel (ook: "ik heb het boek op" en "ik heb het boek mee") maar de betekenisverandering is dermate radicaal, en substitutie zo specifiek, dat e.e.a. lastig te beoordelen is. De conclusie dat we 25 echte voorzetsels hebben, wordt dan ook met de nodige voorzichtigheid gegeven. Wellicht is een beoordeling op grond van losse woorden en woordsoorten hier niet relevant of productief.

    Al met al geeft de voorzichtige conclusie geen uitsluitsel over de andere woorden die ook als 'voorzetsel' te boek staan. Het is niet duidelijk hoe we de resterende woorden moeten benoemen, die ook op de 'voorzetselpositie' verschijnen, en die soms ook door een specifiek voorzetsel vervangen kunnen worden.
    Het betreft: (ik volg hier de ANS):
    {à, aangaande, behoudens, beneden (?), benevens, beoosten, betreffende, bewesten, bezijden, bezuiden, blijkens, conform, contra, gedurende, gezien, hangende, ingevolge, inzake, jegens, krachtens, luidens, nabij, namens, niettegenstaande, nopens, omstreeks, omtrent (?), ondanks, ongeacht, onverminderd, overeenkomstig, per, qua, richting, rond, rondom, sedert, sinds, staande, te, tijdens, trots, vanwege, via, volgens, wegens, zonder}
    Deze lijst lijkt echter niet compleet. Het is niet duidelijk waarom bijvoorbeeld "naargelang" en niet is opgenomen in de lijst, aangezien dit woord ook op de voorzetselpositie voorkomen. ("naargelang de omstandigheden ...."

    Ook de voorzetseluitdrukkingen (zie ANS, 9.3.5) kunnen niet zondermeer bij de voorzetsels worden geplaatst (dat de meerwoordige uitdrukkingen al bij de woordsoorten worden behandeld is eigenlijk vreemd). Net zoals een nominale constituent gesubstitueerd kan worden met een complexere nominale constituent (of door een nominaal verwijswoord, zoals een persoonlijk voornaamwoord) kan een voorzetsel blijkbaar in sommige gevallen worden gesubstitueerd door een complexere groep, die blijkbaar veelal de vorm heeft van [[voorzetsel][NC][voorzetsel]]. Het betreft dan de vorm van "aan de hand van" of "met het oog op". Bespreking van dit soort constructies valt echter buiten het bestek van de voorliggende vraagstelling. Er is echter wel een reden om aan te nemen dat dit geen volledig gesloten groep is: er is een mechanisme denkbaar waarmee dergelijke uitdrukkingen kunnen worden gegenereerd. Voor meer hierover: zie de pagina over de intentionalis.

Bert's werk