Bert's brein

geplaatst: 9-6-2014
 
reageer

Voorzetsels gelden als een erg statische groep. Heel anders zijn de voorzetsel-uitdrukkingen, die meestal in één adem met de voorzetsels genoemd worden. Er bestaat tenminste één uiterst productieve manier om deze groep uit te breiden: de intentionalis.

de intentionalis

  1. inleiding
  2. Hoewel het op het criterium van substitutie lastig blijkt om de voorzetsels als woordsoort goed af te grenzen ten opzichte van andere woordsoorten, is er (tenminste) één soort voorzetsel-constructies dat zich makkelijk laat beschrijven, en die bovendien nog productief is ook.
    De kenmerkende syntactische eigenschap is dat de groep in zijn geheel altijd vooraf gaat aan een nominale groep, en deze specificeert.
    De vorm is dus: [voorzetselgroep] → [nominale groep]
    De interne structuur is: [[[ter] [WWstam + ing]]← [van]]→ [nominale groep]
    De semantiek is: "met de intentie om [nominale groep] te WWinf"
    Het onderwerp (i.e. degene met de intentie) moet blijken uit de contekst van de zin, maar valt meestel samen met het onderwerp van de zin
    Ter verwijdering van deze vlek raad ik u dit middel aan
    Ter verwijdering van deze vlek heb ik dit middel gekocht
    E.e.a. vindt alleen plaats met overgankelijke werkwoorden.

    voorbeelden:
    ter voorkoming van
    ter voldoening van
    ter ondersteuning van
    ter versteviging van
    ter voorkoming van


  3. eigenschappen van deze constructie
  4. Het bijzondere van deze constructie is, dat het een woordgroep oplevert die in zijn geheel als voorzetsel functioneert, en tegelijk productief is. Dit in tegenstelling tot de "gewone" voorzetsels.
    Wat de 'decodering' betreft is dit een bijzonder doorzichtige constructie: de "ter" opent de mogelijkheid of de verwachting van deze constructie. Deze verwachting wordt opgelost met het verschijnen van een WW-stam + ing. Het vervolg is voorspelbaar: nu moet "van" komen, en dit geheel moet worden gevolgd door een nominale constituent. Hierdoor is de hoorder in staat de syntaxis van de eerstvolgende woorden te anticiperen.
    De semantiek zit niet in de gebruikte lexicale items, maar in de syntactische constructie.
    Hoewel hij niet extreem veel wordt gebruikt is deze constructie productief: het is mogelijk om syntactisch aanvaardbare zinnen te maken als:
    Ter beregening van mijn gazon heb ik de sproeier geinstalleerd.
    Ter verkoping van mijn oude gitaar heb ik een advertentie geplaatst.
    Ter drinking van mijn koffie, heb ik die in een mok geschonken.

    Het tweede opmerkelijke aan deze constructie is, dat het ook een voorbeeld is van het veranderen van de syntaxis van het Nederlands. Oorspronkelijk moet het genominaliseerde werkwoord (met -ing) de kern van de constituent zijn geweest, en de navolgende nominale constituent een nabepaling. Oorspronkelijk was het dus:
    [[Ter voorkoming van] ← [verdere schade]]
    [[Ter aflossing] ← [van zijn schuld]]

    Deze constructie van twee opeenvolgende nominale constituenten, waarbij de tweede een nabepaling bij de eerste, lijkt onder druk te staan, zoals ook al bleek bij de bespreking van de nominale determinator (zie aldaar onder "nominale quantifier-groep), waar het gaat om constucties als "een aantal mensen". Ook bij deze voorzetselconstructies is de oorspronkelijke nabepaling opgewaardeerd tot de kern van de constituent. De twee gegeven voorbeelden zijn geworden tot:
    [[Ter voorkoming van] → [verdere schade]]
    [[Ter aflossing van]→ [zijn schuld]]

    Waarbij de vaste constructie ervoor heeft gezorgd dat het eerste deel is gedegradeerd van nominale groep tot voorzetselgroep. Mogelijk wordt het woordje "ter" niet eens meer opgevat als een los voorzetsel "te" met enclitisch de bepaalde nominale determinator "der", maar wordt het inmiddels als los woord opgevat, of beter nog: als eerste deel van het omsluitende woordpaar "ter ... van", ongeveer zoals de tweeledige ontkenning in het Frans.

  5. conclusies
    1. waar "voorzetsels" geen productieve woordsoort zijn, zijn "voorzetselconstructies" dat wel.
    2. deze constucties kunnen worden gebruikt om een nominale bepaling met een nominale nabepaling te vermijden. Dit staat in een breder kader van taalverandering in het Nederlands, samen met het gebruik van de nominale quantifier-groep.
    3. de semantiek (i.e. de intentie) wordt niet uitgedrukt met lexicale items, maar puur door het gebruik van de syntactische constructie.
    4. het gebruik van dergelijke constructies maakt het voor de hoorder mogelijk om de syntaxis van de eerstvolgende groep te anticiperen.

Bert's werk